• An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow

Normen asbest binnenlucht

Normen asbest in de binnenlucht

Bij de beantwoording van de vraag welke normen gelden voor asbest in de binnenlucht in voor mensen toegankelijke ruimtes, wordt onderscheid gemaakt in:

  1. een binnenruimte in een bouwwerk
  2. een binnenruimte die mogelijk besmet is geraakt met asbest als gevolg van bodemverontreiniging
  3. een binnenruimte waaruit asbest is verwijderd
  4. een binnenruimte waarin werknemers andere werkzaamheden dan asbestverwijdering uitvoeren en daarbij blootgesteld kunnen worden aan asbest.

Een binnenruimte in een bouwwerk

Voor de binnenlucht in voor mensen toegankelijke ruimtes is de wettelijke grenswaarde vastgelegd in de Regeling bouwbesluit 2003 (Stcrt. 2002, nr. 241, gewijzigd bij Besluit Stcrt. 2005, nr. 163) afdeling 2.3. De norm is in deze regeling gegeven als een getalswaarde van het verschil tussen de concentratie van asbestvezels in de binnenlucht van een voor mensen toegankelijke ruimte van een gebouw en de concentratie van asbestvezels in de buitenlucht uitgedrukt in vezelequivalenten per m3 lucht. Deze waarde mag, voor zover deze concentratie afkomstig is uit een of meer constructieonderdelen die de ruimte begrenzen dan wel uit een of meer in die ruimte aanwezige constructieonderdelen, in een te bouwen bouwwerk niet groter dan 1000 vezelequivalenten per m3 lucht zijn en in een bestaand bouwwerk niet groter zijn dan 100.000 vezelequivalenten per m3 lucht.

De in NEN 2991 opgenomen bepalingsmethode maakt, evenals de tot nu toe aanbevolen bepalingsmethode, uit het TNO-Bouw rapport 96-BKR-R0637, onvoldoende onderscheid in de oorsprong van de gemeten concentratie asbestvezels. Een dergelijk onderscheid in de oorsprong van de asbestvezels is wel noodzakelijk omdat het Bouwbesluit 2003 zich uitsluitend richt op constructieonderdelen en niet op asbest afkomstig uit andere bronnen, zoals die van installatieonderdelen.

Om die reden moeten de resultaten van deze methodes voorzichtig worden geïnterpreteerd.

Een binnenruimte die mogelijk besmet is geraakt met asbest als gevolg van bodemverontreiniging

De hoeveelheid asbestvezels in een binnenruimte die mogelijk besmet is geraakt met asbest als gevolg van bodemverontreiniging mag op grond van de Circulaire Bodemsanering (het Protocol Asbest) ten hoogste 1.000 vezelequivalenten per m3 lucht bedragen. Deze bepaling dient te worden uitgevoerd conform NEN 2991 "Lucht- Risicobeoordeling in en rondom gebouwen of constructies waarin asbesthoudende materialen zijn verwerkt". Alle asbestvezels worden bepaald, omdat deze methode onvoldoende onderscheid maakt in de oorsprong van de gemeten concentratie asbestvezels. Deze methode is niet geschikt als binnenshuis ook ander niet-hechtgebonden asbest aanwezig is (dus niet van bodemverontreiniging, maar bijvoorbeeld van de constructie).

Een binnenruimte waaruit asbest is verwijderd

Bepaalde sloopwerkzaamheden van asbest die op basis van de arboregelgeving in gedeeld worden in risicoklassen 2 of 3. In deze gevallen mag, nadat asbest is verwijderd in een containment en de arbeidsplaats is gereinigd, op grond van artikel 4.46 van het Arbeidsomstandighedenbesluit de concentratie asbeststof in de lucht van een binnenruimte na visuele inspectie niet hoger zijn dan 0,01 vezel per cm3. Indien de ruimte voldoet kan deze worden vrijgegeven voor derden. Controle van de asbestconcentratie in de lucht na asbestverwijdering vindt plaats conform NEN 2990. In deze norm zijn voorschriften opgenomen voor de visuele inspectie van de ruimte. Daarnaast is vastgelegd op welke wijze in een containment of afgeschermde ruimte de vezelconcentratie in de lucht moet worden bepaald. De meting wordt uitgevoerd met fasecontrast lichtmicroscopie. Aangezien met deze methode alle vezelvormige bestanddelen worden bepaald, moet erop worden gelet dat de meting kan worden verstoord door vezelvormige bestanddelen zoals papier en glaswol.

Sloopwerkzaamheden vallen onder risicoklassen 1 als uit een beoordeling blijkt dat de concentratie van asbeststof in de lucht tijdens het werk lager is dan of gelijk is aan de grenswaarde. Dit volgt uit het Arbeidsomstandighedenbesluit. Hierin is ook de grenswaarde is 0,01 vezel per cm3, berekend over een referentieperiode van acht uur, opgenomen in artikel 4.46. Een containment is een constructie die de werkplek, waar de asbestsanering wordt uitgevoerd, afschermt van de omgeving en waarin een niveau van onderdruk en ventilatievoud in stand wordt gehouden ter voorkoming van de verspreiding van asbestvezels naar mens en milieu.

Een binnenruimte waarin werknemers andere werkzaamheden dan asbestverwijdering uitvoeren en daarbij blootgesteld kunnen worden aan asbest

In het Arbeidsomstandighedenbesluit werd tot medio 2006 onderscheid gemaakt tussen crocidoliet (blauw asbest) en de overige asbestsoorten. Sinds de wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit wordt dit onderscheid niet meer gemaakt.

Sinds de wijziging behoort voorafgaand aan de sloop, op een aantal specifieke uitzonderingen na zoals vermeld in het Asbestverwijderingsbesluit 2005, een asbestinventarisatierapport te worden opgesteld. Hierin wordt opgenomen in welke van de drie risicoklasse de sloopwerkzaamheden worden ingedeeld. Het gecertificeerde asbestinventarisatiebedrijf bepaalt dit tijdens de asbestinventarisatie. In welke risicoklassen de werkzaamheden worden ingedeeld is afhankelijk van de concentratie asbeststof waaraan de werknemer tijdens het verwijderen van asbest naar verwachting wordt blootgesteld. Deze klassenindeling is bepalend of de werkzaamheden worden uitbesteed aan een gecertificeerd bedrijf of dat de werkzaamheden uitbesteed mogen worden aan een niet-gecertificeerd bedrijf. In geval de werkzaamheden vallen onder risicoklassen 2 en 3 is de blootstelling van werknemers aan asbeststof hoger dan de grenswaarde. Na afloop van deze werkzaamheden moet een eindbeoordeling plaatsvinden door een geaccrediteerd/gecertificeerd (inspectie)laboratorium. Dit is niet verplicht voor werkzaamheden die vallen onder risicoklasse 1, hierbij wordt tijdens het werk de grenswaarde niet overschreden. De indeling volgt uit de waarden opgenomen in artikel 4.44, 4.48 en 4.53a van het Arbeidsomstandighedenbesluit. In de arboregelgeving staan de specifieke eisen voor de werkzaamheden met asbest. De meetmethode is vastgelegd in de Arbeidsomstandighedenregeling.

sca_logoeerland_logoVan den Broek Asbestsanering B.V. is een SCA-gecertificeerd bedrijf dat asbest conform de door de overheid vastgestelde nationale beoordelingsrichtlijn (SC) 530 mag verwijderen (zie uittreksel SCA register). De SC 530 is een procescertificatiesysteem dat specifiek gericht is op het asbestverwijderingsproces.Het systeem is ontwikkeld vanuit de branche, met als doel het proces zo veilig, gestructureerd en planmatig mogelijk te laten verlopen. Daarnaast draagt het proces zorg voor een minimale belasting van het milieu.